ECLI:NL:RVS:2016:438
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel na gezinshereniging
De vreemdeling diende op 21 november 2013 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die aanvankelijk werd afgewezen omdat Malta verantwoordelijk was voor de behandeling. Na inreis van zijn echtgenote en minderjarig kind in Nederland en het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor hen, diende de vreemdeling een opvolgende aanvraag in die eveneens werd afgewezen door de staatssecretaris.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende gebruik had gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid onder artikel 17 van Pro de Dublinverordening, die het mogelijk maakt een aanvraag aan zich te trekken ondanks dat een andere lidstaat verantwoordelijk is. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank te veel gewicht had toegekend aan het belang van het gezins- en familieleven en dat de Dublinverordening niet bedoeld is om ongeclausuleerd gezinshereniging mogelijk te maken.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht stelde dat de Dublinverordening het gezinsleven niet zonder meer beschermt bij opvolgende asielaanvragen, maar stelde ook vast dat de staatssecretaris ten onrechte bepaalde door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden niet had betrokken in zijn beoordeling. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.