ECLI:NL:RBDHA:2017:3876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortijdige beëindiging schuldsaneringsregeling wegens belemmering uitvoering door schuldenaar
Schuldenaar werd op 6 december 2016 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst met benoeming van een bewindvoerder en rechter-commissaris. Tijdens een huisbezoek op 13 december 2016 gedroeg schuldenaar zich onacceptabel jegens de bewindvoerder door haar te beledigen, te beschuldigen en fysiek lastig te vallen, wat leidde tot het voortijdig verlaten van het gesprek door de bewindvoerder.
De rechter-commissaris bracht op 19 januari 2017 een voordracht uit tot voortijdige beëindiging van de regeling wegens het belemmeren en frustreren van de uitvoering door schuldenaar. Schuldenaar voldeed ook niet aan informatie- en sollicitatieverplichtingen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 24 maart 2017 erkende schuldenaar spijt, maar relativiseerde hij de gebeurtenissen en was onvoldoende bewust van de impact op de bewindvoerder. De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van schuldenaar de uitvoering van de regeling onmogelijk maakten en beëindigde de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei.
De vergoeding van de bewindvoerder werd vastgesteld op €1.528,16, voor zover het boedelactief dit toelaat. De uitspraak werd gedaan door rechter R. Cats op 7 april 2017.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens belemmering en frustratie door schuldenaar.