Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2017 in de zaak tussen
[X] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Article 1: Commencement, duration and termination of the contract
ANNEX NUMBER: 1 TOTHE EMPLOYMENT AGREEMENT BETWEEN [eiseres] AND [werknemer]”, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
“Sell on percentage
-samengevat
-het standpunt in dat artikel 32bb van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) in strijd is met artikel 1 van Pro het EP bij het EVRM omdat de heffing willekeurig in haar uitwerking is, van een ‘legitimate aim’ geen sprake is en de vereiste ‘fair balance’ niet in acht is genomen. In dat verband voert eiseres aan dat het bedingen van een transfersom gebruikelijk is in het Europese voetbal en dat dit een belangrijk onderdeel van het verdienmodel in de betaald voetbalsector vormt. De inkomsten uit transfersommen zorgen ervoor dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd wordt. De transfersommen kunnen uitsluitend worden gerealiseerd indien de speler wordt getransfereerd voor afloop van diens contract. Het verkrijgen van de medewerking van spelers aan transfers wordt in de sector bereikt door hen een aandeel in de transfersom in het vooruitzicht te stellen. Gezien het grote economische belang van voetbalclubs bij het realiseren van transfervergoedingen en de internationale inrichting van dit verdienmodel, zal de door de wetgever met de heffing beoogde gedragsverandering bij werkgevers niet kunnen plaatsvinden bij werkgevers in de voetbalsector. Deze werkgeversheffing is door de wetgever ook niet ingevoerd met als doel om tegen te gaan dat Nederlandse betaald voetbalorganisaties hogere transfersommen trachten te realiseren bij de verkoop van spelers. Volgens eiseres is de heffing in haar geval in strijd met doel en strekking van de regeling. Ten slotte voert eiseres aan dat in haar geval sprake is van een individuele buitensporige last. In dat verband wijst zij erop dat zij over de vertrekvergoeding al 52% aan loonbelasting heeft afgedragen. Het loon wordt dus deels tweemaal getroffen door een loonheffing wat leidt tot een heffing van 127% over het excessieve deel van de vergoeding. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en tot vernietiging van de naheffingsaanslag.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.236;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.