De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor vier telefonische bedreigingen gericht aan zijn cliëntmanager en beveiligingsmedewerkers, met woorden die onder meer verkrachting en geweld impliceren. De bedreigingen hebben de slachtoffers in hun persoonlijke integriteit en gevoel van veiligheid aangetast.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan schizofrenie en andere stoornissen, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar is. Ondanks het advies voor klinische behandeling weigerde verdachte medewerking te verlenen en gebruikte hij drugs tijdens detentie.
De rechtbank achtte een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden niet passend vanwege de duur van voorlopige hechtenis en weigering tot behandeling. Daarom werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis, waarna het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.