Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Verweerder]
De feiten.
Het verzoek, het verweer en het zelfstandig verzoek.
De beoordeling
in het kader van de Vastgoedfraude met betrekking tot de zogenaamde “Eurocenter-transactie (...) en de “Rijsterborgh-transactie” (...).” Ter zitting is namens [A] en [B] te kennen gegeven dat het [A] is geweest die de beweerdelijke schade in verband met de Eurocenter-transactie en de Rijsterborgh-transactie heeft geleden.