ECLI:NL:RBDHA:2017:2656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico
Eiser, een Hazara uit het district Behsud, provincie Maidan Wardak in Afghanistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel nadat zijn vader, dorpsoudste, door de Taliban werd vermoord en het ouderlijk huis werd aangevallen. Hij stelde dat hij en zijn familie werden gezocht door dezelfde daders en dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op onmenselijke behandeling, met name op de 'death road'.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de vervolging na de moord niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank onderschreef dit oordeel, omdat het tijdsverloop en de omstandigheden rond de dreiging niet aannemelijk waren. Tevens werd geoordeeld dat eiser niet tot een kwetsbare minderheidsgroep behoorde die een reëel risico loopt.
De rechtbank nam ook het standpunt van verweerder over de alternatieve routes naar het district Behsud over, waardoor het risico op de 'death road' niet onvermijdelijk was. Het beroep op traumatabeleid werd afgewezen omdat de dood van de vader niet als directe aanleiding voor vertrek kon worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.