ECLI:NL:RBDHA:2017:2422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd op grond van zijn bekering van de islam tot het christendom, die hij stelt te hebben ondergaan na de moord op zijn vader door de Taliban. Hij beweert mishandeld en vernederd te zijn vanwege zijn geloof en is gedoopt in Groningen.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bekering en de daaraan verbonden problemen niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank toetste dit aan de vaste gedragslijn voor het beoordelen van geloofsovertuigingen, waarbij motieven, proces van bekering en kennis van geloofspraktijken centraal staan.
De rechtbank constateerde wisselende en tegenstrijdige verklaringen van eiser over het moment en de omstandigheden van zijn bekering, de droom die daaraan ten grondslag zou liggen, en zijn afstand van de islam. Ook ontbrak een duidelijk bekeringsproces en inzicht in zijn motivatie om openlijk afvallig te zijn in een gevaarlijke context.
Hoewel eiser psychische klachten had, was hij volgens een medisch advies in staat om gehoord te worden en werden pauzes gehouden tijdens het gehoor. Zijn beroep op een wetenschappelijk artikel over bekering kon de tegenstrijdigheden niet wegnemen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht de bekering ongeloofwaardig achtte en dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering tot het christendom.