ECLI:NL:RVS:2015:2187
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering
De staatssecretaris wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wegens onvoldoende aannemelijkheid van diens bekering tot het christendom. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris een vaste gedragslijn hanteert bij de beoordeling van geloofsovertuigingen, waarbij vragen worden gesteld over het proces van bekering, geloofspraktijken en kennis van geloofsleer. De staatssecretaris had de verklaringen van de vreemdeling met redelijke gronden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege inconsistenties en onvoldoende gedetailleerde antwoorden over de betekenis van de doop en christelijke feestdagen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zwaar had meegewogen aan rapporten van een godsdienstpsycholoog en verklaringen van derden, terwijl de vreemdeling zelf overtuigende verklaringen moest geven. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.