ECLI:NL:RBDHA:2017:2400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft op 4 januari 2017 een asielaanvraag ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat hij vreest overgedragen te worden aan Algerije via Duitsland en dat hij in Duitsland geen eerlijke herhaalde asielprocedure zou krijgen, mede vanwege zijn gezondheidstoestand.
De rechtbank overweegt dat Duitsland middels het claimakkoord heeft gegarandeerd het verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen en dat dit volgens het Duitse asielrecht zal worden beoordeeld. De rechtbank acht dit voldoende reden om Nederland niet het verzoek te laten behandelen. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de opvang in Duitsland ontoereikend is of dat hij geen klachtenmogelijkheden heeft benut.
Ten aanzien van de medische klachten stelt de rechtbank vast dat eiser in Duitsland passende behandeling heeft ontvangen voor psoriasis, diabetes en hyperlipidemie en dat geen recente medische stukken aantonen dat hij nu specialistische zorg in Nederland nodig heeft. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat geen sprake is van een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.