ECLI:NL:RBDHA:2017:2319
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische redenen voor Armeense vreemdeling
Eiser, een Armeense vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af te wijzen. Eiser heeft een psychiatrische aandoening en stelt dat hij in Armenië niet adequaat behandeld kan worden, waardoor uitzetting onverantwoord zou zijn.
De rechtbank heeft het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) betrokken, dat concludeert dat eiser kan reizen mits hij begeleid wordt door een psychiatrisch verpleegkundige en zijn medicatie continueren kan. Tevens is er in Armenië passende behandeling en medicatie beschikbaar. De door eiser overgelegde medische verklaringen en contra-expertise bieden onvoldoende concrete onderbouwing om het oordeel van het BMA te weerleggen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat behandeling in Armenië onmogelijk is of dat zijn gezondheidstoestand zodanig is dat uitzetting onverantwoord is. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep op uitstel van vertrek wegens medische redenen wordt ongegrond verklaard en afgewezen.