Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
zij die verblijven in de onroerende zaak of gedeelte daarvan, staande en gelegen aan de [het adres] te [plaats] ,
[Bewoner 1],
[Bewoner 2],
[Bewoner 3],
[Bewoner 4],
Rechtbank Den Haag
In deze civiele bodemzaak tussen Bewi Vastgoed B.V. en de bewoners van een onroerende zaak te [plaats] heeft de rechtbank Den Haag op 22 februari 2017 een aanvullend vonnis gewezen. Dit vonnis betreft een aanvulling op het vonnis van 15 februari 2017, waarin de rechtbank per abuis niet heeft beslist op het verzoek van Bewi Vastgoed om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bewi Vastgoed had bij brief van 16 februari 2017 verzocht om herstel van het vonnis door alsnog de uitvoerbaar bij voorraad verklaring toe te voegen. De bewoners maakten bezwaar tegen dit verzoek, mede aangevoerd in brieven van 16 en 21 februari 2017. De rechtbank oordeelde echter dat het verzoek niet als herstel, maar als aanvulling op het vonnis moet worden gezien, conform artikel 32 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De rechtbank stelde vast dat het nalaten van een beslissing op dit onderdeel een verzuim was en dat aanvulling te allen tijde mogelijk is, ook na het instellen van hoger beroep. Daarom werd het verzoek toegewezen en is het vonnis van 15 februari 2017 aangevuld met de verklaring dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. Tevens werd bepaald dat deze aanvulling op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen de grosse of afschrift van het vonnis na ontvangst aan de griffie retourneren.
Uitkomst: Het vonnis van 15 februari 2017 is aangevuld met de verklaring dat het uitvoerbaar bij voorraad is.