Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
- [belanghebbende 2] ,
- [belanghebbende 3] .
Rechtbank Den Haag
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een zitting behandelde over een geschil tussen erfgenamen. Verzoeker voelde zich overvallen doordat hij tijdens de zitting voor het eerst een omvangrijk verzoekschrift van een belanghebbende ontving en vond een leespauze onvoldoende om zich adequaat voor te bereiden.
De kantonrechter besloot de zitting kort te onderbreken om verzoeker de gelegenheid te geven het verzoekschrift te lezen. Verzoeker wenste echter intrekking van het verzoekschrift of aanhouding van de zaak, wat werd geweigerd. Hierop diende verzoeker een wrakingsverzoek in wegens vermeende partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. Een leespauze is een normale processuele beslissing en vormt geen grond voor wraking, tenzij deze onbegrijpelijk is en wijst op vooringenomenheid.
De kamer vond geen aanwijzingen voor onpartijdigheidstekort of schijn van partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 16 januari 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van onpartijdigheid.