ECLI:NL:RBDHA:2017:16753
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek voorzieningenrechter in kort geding over paspoort minderjarige
In deze zaak vordert belanghebbende in kort geding dat verzoeker het Nederlandse paspoort van hun minderjarige zoon overhandigt, met een dwangsom bij niet-naleving. Tijdens de zitting wringt verzoeker zich tegen de voorzieningenrechter vanwege het niet toestaan van het onder ede horen van mr. Van Biezen als getuige.
Verzoeker stelt dat het horen van mr. Van Biezen essentieel is om te bepalen of belanghebbende een bedrijf in Nederland heeft, wat van belang is voor de terugkeer van de minderjarige uit de Verenigde Staten. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen vanwege de spoedeisendheid van de procedure.
De wrakingskamer oordeelt dat het niet toelaten van getuigenverhoor een processuele beslissing is en geen grond voor wraking vormt, tenzij sprake is van onbegrijpelijkheid die wijst op vooringenomenheid. Dit is niet het geval. Er is geen aanwijzing dat de voorzieningenrechter onpartijdig is of dat de schijn van partijdigheid bestaat. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de hoofdprocedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen en de hoofdprocedure wordt voortgezet.