ECLI:NL:RBDHA:2017:16461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in wachtgeldzaak defensie
Eiser verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure omtrent het wachtgeld en het AOW-gat voor burgerambtenaren van Defensie. De procedure betrof een bezwaar en beroep tegen besluiten van de minister van Defensie over de toekenning en voortzetting van wachtgeld.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn was overschreden, maar oordeelde dat de totale duur van de procedure niet onaanvaardbaar lang was. Dit mede doordat tussen de start van de beroepsprocedure en de uitspraak twee relevante uitspraken van de Centrale Raad van Beroep plaatsvonden, die ook invloed hadden op de zaak van eiser.
Eiser had de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen eerdere uitspraken, maar koos ervoor de uitspraken van de Raad af te wachten. Naar aanleiding van die uitspraken nam de minister nieuwe besluiten, waarmee de kwestie voor eiser werd beëindigd.
Gezien deze omstandigheden vond de rechtbank geen sprake van onvoldoende voortvarendheid en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat eiser dit niet had verzocht bij intrekking van het beroep.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.