ECLI:NL:RBDHA:2017:16367
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van wrakingskamer rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer en de bestuursrechter die betrokken zijn bij de behandeling van zijn bezwaar tegen belastingaanslagen. Verzoeker stelde dat hem een verweerschrift van de bestuursrechter was onthouden, waardoor de wrakingskamer mogelijk partijdig zou zijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de bestuursrechter voorafgaand aan de wrakingszitting geen schriftelijke reactie had gestuurd vanwege persoonlijke omstandigheden, maar dat er geen processtuk aan verzoeker was onthouden. Dit betekent dat er geen grond was om de schijn van partijdigheid aan te nemen.
De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking daarom afgewezen en bepaald dat de behandeling van het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De beslissing is openbaar uitgesproken op 4 april 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de wrakingskamer wordt afgewezen wegens ontbreken van schijn van partijdigheid.