Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
1.De voorgeschiedenis en het procesverloop
2.De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van verzoeker
4.Het standpunt van de kantonrechter
5.De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden,als bedoeld in het eerste lid van artikel 37 Rv Pro. Verzoeker had dan ook redelijkerwijs kort na de zitting het verzoek tot wraking kunnen en moeten indienen, mede gelet op de omstandigheid dat de kantonrechter het vonnis al had bepaald, namelijk op 30 oktober 2017.