ECLI:NL:RBDHA:2017:16308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met als grond zijn bekering tot het christendom en de vrees voor vervolging als afvallige in Iran. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en het ontbreken van aannemelijkheid dat eiser als afvallige wordt beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd is om opvolgende aanvragen inhoudelijk te toetsen en niet alleen op nieuwe elementen (nova). De rechtbank acht het beleid van verweerder om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen niet onredelijk.
Uit jurisprudentie volgt dat motieven en proces van bekering doorslaggevend zijn bij geloofwaardigheidstoetsing. De rechtbank vindt dat eiser vaag, summier en inconsistent heeft verklaard over zijn bekering, zonder overtuigende uitleg over motieven en betekenis. Kerkbezoek en basale kennis van het christendom zijn onvoldoende.
Ook is niet aannemelijk dat eiser als afvallige zal worden beschouwd, aangezien hij nooit het islamitische geloof heeft gepraktiseerd en geen problemen ondervond. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijkheid van vervolging als afvallige.