Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2017 in de zaken tussen
[eiser 1] ,
[eiser 2] ,
thans de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben tegen besluiten tot niet-in behandeling neming van hun asielaanvragen beroep ingesteld. De rechtbank stelde vast dat de beroepsgronden niet tijdig, namelijk vóór de gestelde termijnen in augustus 2017, digitaal waren ingediend. Eisers en hun gemachtigde stelden dat de gronden wel tijdig waren geüpload, maar dit kon niet worden bevestigd door het digitale systeem.
De rechtbank liet het Rechtspraak Service Centrum een technisch onderzoek uitvoeren, dat geen technische storing aantoonde en bevestigde dat op de relevante data alleen raadpleegoperaties waren geregistreerd, maar niet het daadwerkelijk indienen van stukken. Het openen van het scherm om stukken in te dienen werd wel geregistreerd, maar het cruciale drukken op de knop 'stukken indienen' ontbrak.
De rechtbank concludeerde dat de stelling van eisers niet aannemelijk was en dat de beroepsgronden pas op 29 augustus 2017 waren ingediend, na de termijn. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar gezien, waardoor de beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van de beroepsgronden.