Eiser voerde beroep aan tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2010 en een daarbij opgelegde vergrijpboete. De aanslag was gebaseerd op een boekenonderzoek waarbij correcties werden aangebracht op winst uit onderneming, scholingsuitgaven en aanmerkelijk belang.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht correcties toepaste op de niet verkochte dvd’s en scholingsuitgaven, maar dat het standpunt dat eiser een aanmerkelijk belang had in een bedrijf onvoldoende was onderbouwd. Hierdoor was het inkomen uit aanmerkelijk belang ten onrechte vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden en dat het derdenonderzoek rechtmatig was uitgevoerd.
De boete werd deels terecht opgelegd, maar moest worden verminderd omdat deze mede was gebaseerd op een onterechte correctie. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €29.075 en het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang werd op nihil gesteld. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.