Uitspraak
Alimentatie en verdeling
Beschikking op het op 3 november 2015 ingekomen verzoek van:
[verzoekster] ,
[belanghebbende]
Procedure
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , bij de vrouw bepaald;
- het ouderschapsplan opgenomen;
- de behandeling van de verzoeken ten aanzien van de kinderalimentatie, partneralimentatie en verdeling aangehouden.
- het gewijzigd c.q. aanvullend verzoekschrift;
- het bericht van 9 februari 2017 van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 23 februari 2017 met bijlagen van de zijde van de man;
- het bericht van 15 juni 2017 met bijlagen, alsmede het gewijzigd zelfstandig verzoekschrift, van de zijde van de man;
- het bericht van 16 juni 2017 met bijlagen van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 19 juni 2017 van de zijde van de man;
- het bericht van 21 juni 2017 met bijlagen van de zijde van de vrouw
- het bericht van 21 juni 2017 van de zijde van de man, met een gewijzigd verzoek ten aanzien van de ingangsdata van de onderhoudsbijdragen;
- het bericht van 22 juni 2017 met bijlagen, alsmede een voorwaardelijk verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 23 juni 2017, met bijlage, van de zijde van de man.
- het bericht van 10 juli 2017 met als bijlage de arbeidsovereenkomst van de vrouw, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 12 juli 2017 met bijlagen van de zijde van de man;
- het bericht van 20 juli 2017 met bijlagen van de zijde van de vrouw.
Verzoek en verweer
- vaststelling van kinderalimentatie van € 500,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;
- vaststelling van partneralimentatie van € 6.000,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;
- verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en onzijdige personen, indien partijen niet in onderling overleg tot een verdeling kunnen komen;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 521,50,- per maand voor [minderjarige] , met ingang van de datum van de door de rechtbank te geven beschikking;
- vaststelling van partneralimentatie van € 294,- per maand, naast de volledige hypotheekrente en de forfaitaire eigenaarslasten tot uiterlijk 1 maart 2020;
- vaststelling van de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform een nader door de man in te dienen voorstel, met vaststelling van het bedrag dat de man dan wel de vrouw aan de vrouw dan wel de man verschuldigd is, met veroordeling van deze partij om dit bedrag te voldoen binnen één maand na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking;
- dat de man met ingang van 1 maart 2016 als voorlopige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 4.000,- per maand dient te voldoen, dan wel met ingang van een datum en een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
- te bepalen dat de man met ingang van 1 maart 2016 een bedrag van € 500,- per maand dan wel een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen als voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van [minderjarige] aan de vrouw zal dienen te voldoen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
- de partneralimentatie met ingang van 1 augustus 2016 op € 294,- per maand vast te stellen;
- de kinderalimentatie met ingang van de datum van de beschikking op € 500,- per maand vast te stellen.
- de partneralimentatie met ingang van 1 maart 2016 in het kader van de voorlopige voorzieningen vast te stellen op € 296,- per maand, te vermeerderen met eigenaarslasten en hypotheekrente en met verrekening van het bedrag dat de man reeds voldaan heeft, dat wil zeggen een bedrag van € 1600,- bruto, zodat de man tot en met juni 2017 verschuldigd is een partnerbijdrage van € 3.136,- bruto, te vermeerderen met de eigenaarslasten vanaf 1 maart 2016 tot en met juni 2017 van € 560,- netto;
- de partneralimentatie per 1 juni 2020 op nihil te stellen.
Beoordeling
In geschil is of de man de in de voorlopige voorzieningen bepaalde partnerbijdrage over de periode na 1 maart 2016 mag verrekenen met het door de man aan de vrouw in het kader van de ontbinding van de VOF te betalen bedrag voor haar aandeel daarin.
De rechtbank stelt voorop dat er geen sprake van is dat de rechtbank (team handel) de VOF met terugwerkende kracht heeft ontbonden. De rechtbank (team handel) heeft bij het eerder genoemde vonnis vastgesteld dat de vrouw en [vennootschap] de vennootschap eind februari 2016 tegen 1 maart 2016 hebben opgezegd – evenals de man overigens, maar na de opzegging door de vrouw en [vennootschap] –, met de ontbinding van de VOF op die datum als gevolg. Het kan daarom niet voor juist worden gehouden dat ‘alles gewoon doorliep’; in dat geval zou de vrouw ook geen reden hebben gehad om voorlopige voorzieningen te vragen, terwijl uit de betreffende beschikking blijkt dat vast stond dat de vrouw op dat moment geen enkel inkomen had. Uit hoofde van die beschikking was de man gehouden om – naast de eigenaars- en hypotheeklasten van de echtelijke woning – met ingang van de datum van de beschikking, 12 januari 2016, een bedrag van € 1.600,- bruto per maand aan partneralimentatie aan de vrouw te voldoen. De basis voor deze verplichting is gelegen in de wettelijke plicht van echtgenoten om elkaar het nodige te verschaffen (artikel 1:184 Burgerlijk Pro Wetboek). Indien later zou zijn gebleken dat de man niet in staat was om de voorlopige bijdrage te voldoen had het op zijn weg gelegen om een verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen in te dienen. Dit heeft hij niet gedaan. Andere argumenten dan gebrek aan draagkracht aan zijn zijde zijn door de man niet aangevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de man deze bijdrage niet ten laste mag brengen van het aandeel van de vrouw in de VOF.
- eigen risico € 73,75
- KPN € 90
- Dunea € 101
- Cursus Wapiti Healing € 121
- Boodschappen € 650
- Advocaatkosten € 200
- Terugbetalen schuld € 500
- Hypotheekkosten € 1.000
- Schoonheidsspecialiste ( [naam] ) € 66
- Zonnebank € 30
- Levensverzekering € 20
- Begrafenisverzekering € 12
- Kosten hond € 50
- WOZ-belasting en hondenbelasting € 75
- Vakanties € 2.000
eigen risico
Cursus Wapiti Healing
Boodschappen
Hypotheekkosten
Kosten hond
WOZ-belasting en hondenbelasting
De rechtbank overweegt dat in 2016, als gevolg van de relatieproblemen tussen partijen, zowel de vrouw als [vennootschap] niet meer voor de VOF werkzaam waren, terwijl de man zelf in dat verband diverse procedures heeft gevoerd. Om die redenen acht de rechtbank het op zichzelf niet onaannemelijk of onredelijk dat de man in 2016 meer personeel heeft moeten inhuren dan gebruikelijk. In ieder geval is er geen aanleiding om aan te nemen dat de opgevoerde personeelskosten niet overeenstemmen met de werkelijkheid. De rechtbank gaat er echter vanuit dat het inhuren van zoveel extra personeel als een tijdelijke situatie moet worden beschouwd. De rechtbank zal er daarom, bij de inschatting van het inkomen van de man voor de toekomst, van uitgaan dat de komende jaren weer een lager deel van de omzet aan personeelskosten zal worden besteed, zij het dat dit wellicht structureel iets hoger zal liggen dan in het verleden nu de vrouw en [vennootschap] niet meer in de VOF werkzaam zijn.
- huurlast € 1.125
- premie zorgverzekering € 82
- premie aanvullende zorgverzekering € 38
- eigen risico € 32.
- Nekaf Jeep 1
- Nekaf Jeep 2
- Auto Landrover Defender
Beslissing
medeverzorgt en opvoedt)zal betalen een bedrag van € 500,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
indien de vrouw de woning niet kan financieren, dient deze uiterlijk op 1 maart 2020, of op een door partijen nader overeen te komen datum, te koop te worden aangeboden op een nader tussen hen overeen te komen wijze;