ECLI:NL:RBDHA:2017:15910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek eiser met onbekende bestemming in Dublinzaak
Eiser, een Eritrese nationaliteithebbende jongere, diende op 2 juli 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname bij Italië ingediend, waarop Italië niet tijdig reageerde, wat volgens de verordening gelijkstaat aan aanvaarding.
Tijdens de zitting op 16 november 2017 verscheen eiser niet, maar zijn gemachtigde en voogd gaven aan dat het contact met eiser was verbroken en dat hij met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank overwoog dat eiser daardoor geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Op grond daarvan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen contact meer onderhoudt en geen belang heeft bij inhoudelijke beoordeling.