ECLI:NL:RBDHA:2017:15472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan normale afhankelijkheidsrelatie
Eiser, een Syrische nationaliteit bezittende man, verzocht via zijn meerderjarige zoon, die een verblijfsvergunning asiel heeft, om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De aanvraag werd primair afgewezen omdat verweerder oordeelde dat er geen sprake was van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn zoon, zoals vereist volgens het gewijzigde beoordelingskader in de Vreemdelingencirculaire 2016/11.
Eiser voerde aan dat hij vanwege een hartkwaal medische verzorging nodig heeft en afhankelijk is van zijn zoon, die hem heeft verzorgd en die hij nodig heeft om de oorlogssituatie te ontvluchten. Verweerder achtte dit onvoldoende, mede omdat de zoon tussen 2007 en 2014 zelfstandig in India woonde en eiser in die periode zelfstandig kon leven in Syrië.
De rechtbank volgde verweerder en concludeerde dat de relatie zich op een gebruikelijke wijze heeft ontwikkeld en dat er geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven bestaat zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie.