ECLI:NL:RBDHA:2017:15301
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in ontslagzaak
Verzoeker, een werkgever, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die zijn ontslagzaak behandelde. Hij stelde dat de rechter partijdig was omdat zij zijn tegenverzoek met bewijsstukken niet in behandeling nam wegens te late indiening en omdat zij een voorlopig oordeel had gegeven dat de tegenpartij waarschijnlijk gelijk zou krijgen.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek op basis van het dossier, het zittingsverslag en een brief van de rechter. De rechter was niet aanwezig bij de wrakingszitting. De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter om het te late tegenverzoek buiten beschouwing te laten een procedurele beslissing was, gebaseerd op het procesreglement, en niet wijst op partijdigheid.
Ook het voorlopige oordeel van de rechter werd als gebruikelijk en niet partijdig beoordeeld. De bejegening van verzoeker door de rechter kon niet worden vastgesteld als onjuist. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. De hoofdzaak kan worden voortgezet waar die was gebleven.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.