ECLI:NL:RBDHA:2017:15261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat haar eerdere aanvraag was afgewezen omdat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling. Zij stelde dat nieuwe omstandigheden, zoals de verblijfsvergunning van haar dochter in Nederland en haar medische situatie, waaronder suïcidaliteit, een novum vormden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank toetste of deze afwijzing terecht was en oordeelde dat de medische verklaringen en de situatie van de dochter geen voldoende nieuw feit of veranderde omstandigheid vormden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de overdracht aan Italië zorgvuldig was verlopen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt voor de medische zorg in Italië. De verlenging van de overdrachtstermijn was eveneens terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de opvolgende asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.