ECLI:NL:RBDHA:2017:15063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Irak vanwege ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico bij terugkeer
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 6 november 2015 een asielaanvraag in, nadat hij volgens eigen zeggen bedreigd werd vanwege een vermeende homoseksuele relatie met een buurjongen. Hij stelde dat zijn kapsalon was uitgebrand, er een handgranaat in zijn huis was gegooid, hij was beschoten, bedreigd en mishandeld. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het deel van het relaas over de problemen vanwege de vriendschap met de buurjongen ongeloofwaardig achtte. Tegenstrijdigheden, bevreemdingwekkende verklaringen over de brand en het niet doen van aangifte, en het ontbreken van bewijs voor de foto’s werden meegewogen. Ook het niet melden van een litteken dat verband houdt met het relaas werd als onverklaard beschouwd.
Ten aanzien van het risico bij terugkeer stelde de rechtbank vast dat geen uitzonderlijke situatie meer geldt voor de plaats van herkomst en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de Iraakse asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijk gemaakt risico bij terugkeer.