ECLI:NL:RBDHA:2017:15062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-aanvraag wegens inburgeringsvereiste ondanks motiveringsgebrek
Eiser heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij zijn in Nederland wonende echtgenote te verblijven. Hij verzocht om vrijstelling van het inburgeringsvereiste omdat hij analfabeet is en zich in een vluchtelingenkamp in Israël zou bevinden, waardoor hij zich niet kon voorbereiden op het inburgeringsexamen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij in een land van bestendig verblijf verbleef en geen recht had op ontheffing van het inburgeringsvereiste.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het advies van het beslisteam bijzondere individuele omstandigheden niet aan eiser had verstrekt, wat een motiveringsgebrek opleverde. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. Echter, eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij in een vluchtelingenkamp verbleef of dat het voor hem onmogelijk was het examen binnen redelijke termijn te halen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de belangenafweging had gemaakt en dat geen schending van artikel 8 EVRM Pro had plaatsgevonden. Ook was geen sprake van schending van de hoorplicht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit werden in stand gelaten en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiser niet voldoet aan het inburgeringsvereiste.