ECLI:NL:RBDHA:2017:15058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende risico Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op een vrees voor bloedwraak vanwege de homoseksualiteit van zijn broer en de daaruit voortvloeiende problemen. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, onder meer door wisselende en tegenstrijdige verklaringen van eiser en zijn broers.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een deugdelijke en controleerbare motivering heeft gegeven voor het ongeloofwaardig achten van het asielrelaas. Eiser gaf verschillende, tegenstrijdige verklaringen over de relatie van zijn broer, de locatie van incidenten, en de omstandigheden rond de moord op een derde persoon. Ook de overgelegde foto’s en documenten konden dit niet voldoende onderbouwen.
Verder heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht niet tot vluchtelingenstatus is gekomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.