ECLI:NL:RBDHA:2017:15057
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende steunvordering
De besloten vennootschap PROMONTORIA HOLDING 107 B.V. heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot faillietverklaring van verweerder, stellende dat verweerder is opgehouden te betalen en meerdere vorderingen onbetaald laat. Verzoekster baseert haar vordering op een overdracht van een krediet in rekening-courant van €3.000.000,- dat oorspronkelijk door [Z] was verstrekt.
Verweerder betwist de rechtsgeldigheid van de overdracht (cessie) en voert aan dat de zorgplicht van banken is geschonden. Tevens betwist hij gemotiveerd de overige vorderingen die verzoekster noemt. De rechtbank oordeelt dat het vorderingsrecht van verzoekster summierlijk is gebleken, mede door overlegging van een akte van cessie, en dat verweerder onvoldoende concrete feiten aandraagt om dit te betwisten.
Voor faillietverklaring is vereist dat er meer dan één schuldeiser is en dat ook een steunvordering summierlijk blijkt. Verweerder heeft een overzicht van schulden overgelegd, maar verzoekster heeft deze vorderingen gemotiveerd betwist en niet weerlegd. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor faillietverklaring.
De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring af omdat niet is aangetoond dat er een steunvordering bestaat die summierlijk blijkt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van verweerder wordt afgewezen wegens het ontbreken van een summierlijk gebleken steunvordering.