Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij,
gemachtigde: mr. K. Kuster,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. I.C. Engels.
1.Procedure
- de dagvaarding van 22 juni 2017;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert een verklaring voor recht dat de Staat, vertegenwoordigd door Domeinen Roerende Zaken (DRZ), aansprakelijk is voor schade aan zijn inbeslaggenomen auto en vergoedt moet worden voor de schade van €6.628,20. De auto was op 19 juni 2014 in beslag genomen in het kader van een ontnemingszaak. Bij inbeslagname was een deuk op het dak vastgesteld, en op de takelkaart werd schade aan de rechterzijde van de auto geregistreerd.
Na onderzoek en bewaring bij DRZ werd de auto zwaar beschadigd bevonden aan de rechterzijde. Eiser stelt dat deze schade na inbeslagname is ontstaan en dat DRZ aansprakelijk is wegens het niet betrachten van de nodige zorg. De Staat voert verweer en wijst op de takelkaart waarop de schade aan de rechterzijde al bij inbeslagname was geregistreerd.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de schade na inbeslagname is ontstaan. De takelkaart overtuigt dat de schade reeds aanwezig was bij inbeslagname. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.L.M. Luiten op 5 december 2017.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de auto na inbeslagname is beschadigd.