ECLI:NL:RBDHA:2017:13611

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 november 2017
Publicatiedatum
23 november 2017
Zaaknummer
C/09/543212
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 287a Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op ontruiming woning tijdens minnelijk schuldsaneringstraject

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en verzocht om een voorlopige voorziening die de ontruiming van haar woning door Stichting Rijswijk Wonen verbiedt. De ontruiming was aangezegd na een ontruimingstitel uit december 2013, maar verzoekster had tot dan toe geen aanleiding gezien om uitvoering te geven aan deze titel.

De rechtbank oordeelt dat het minnelijk traject van schuldsanering is gestart en dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de intentie heeft om daadwerkelijk tot een schuldregeling te komen. Het belang van verzoekster om in haar woning te blijven wonen wordt als zwaarwegend gezien, terwijl het belang van verweerster bij ontruiming onvoldoende is onderbouwd.

De rechtbank verbiedt daarom de ontruiming onder de voorwaarde dat verzoekster haar lopende huurverplichtingen blijft nakomen. De voorziening geldt totdat op het WSNP-verzoek is beslist of dit verzoek is ingetrokken, doch uiterlijk vier maanden na datum van het vonnis. De behandeling van het WSNP-verzoek is uitgesteld, omdat nog niet alle benodigde stukken zijn ingediend.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ontruiming van de woning zolang het minnelijk schuldsaneringstraject loopt en verzoekster haar huurverplichtingen nakomt.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/XXXXXX / FT RK 17/XXXX
uitspraakdatum: 22 november 2017
[verzoekster],
wonende te [straatnaam en huisnummer],
[postcode en plaats],
verzoekster,
heeft op 17 november 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tevens is verzocht om Bazuin en Partners Gerechtsdeurwaarders, namens Stichting Rijswijk Wonen, bij wijze van voorlopige voorziening te verbieden de woning van verzoekster te ontruimen totdat op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is beslist. Het gaat hier om het voorkomen van de aangezegde ontruiming op 23 november 2017 om 10:00.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op 22 november 2017 op het verzoek tot het geven van een voorlopige voorziening te worden gehoord. Daarbij zijn verschenen: verzoekster, bijgestaan door beschermingsbewindvoerder mevrouw D. Mok van Stichting CAV (namens mevrouw Bhoep) en schuldhulpverlener en WSNP-bewindvoerder mevrouw E. van Dijk namens Kredietbank Nederland. Namens verweerster is niemand verschenen. Kort voor de zitting is door een medewerker van het deurwaarderskantoor desgevraagd telefonisch aan de griffier te kennen gegeven dat namens verweerster niemand zal verschijnen. Wel is op 22 november 2017 voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ontvangen. Een afschrift van dit verweerschrift is door de rechtbank aan verzoekster verstrekt en zij is in de gelegenheid gesteld hiervan kennis te nemen.

BEOORDELING

De rechtbank overweegt als volgt.
1. Het onderhavige verzoek richt zich tegen Stichting Rijswijk Wonen (hierna: verweerster), gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk en vertegenwoordigd door Bazuin & Partners Gerechtsdeurwaarders. Bij vonnis van 5 december 2013 is verzoekster onder meer veroordeeld tot ontruiming van een door haar van verweerster gehuurde woning. Op 15 november 2017 is in opdracht van verweerster de ontruiming van de woning – [straatnaam, huisnummer en plaats] – aangezegd tegen 23 november 2017. Verzoekster verzoekt bij wege van voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis te verbieden.
3. zijn, er met het minnelijk traject een aanvang moet zijn gemaakt. Gebleken is dat hiervan sprake is.
4. Het belang van verzoekster om in de woning te kunnen blijven wonen is duidelijk. Het belang van verweerster bij ontruiming van die woning is minder duidelijk. Het gaat om een in december 2013 verkregen ontruimingstitel en verzoekster heeft vóór 15 november 2017 geen aanleiding gezien om die titel ten uitvoer te leggen. De ontruiming is aangezegd nadat namens verzoekster de schuldeisers in het kader van het minnelijk schuldsaneringstraject een voorstel is gedaan. De lopende huur-/gebruiksvergoeding wordt in ieder geval sinds benoeming van de huidige beschermingsbewindvoerder (januari 2016) betaald. Vanaf juli 2017 is echter gestopt met het aflossen op de achterstanden met € 100,- per maand. De daarvoor door de schuldhulpverlener aangevoerde reden, namelijk het streven de schuldeisers gelijk te behandelen, is plausibel. Het desbetreffende maandelijkse aflossingsbedrag wordt sindsdien gereserveerd ten behoeve van alle schuldeisers. Het is onduidelijk waarom verzoekster thans tot ontruiming wenst over te gaan in plaats van de uitkomst van het schuldsaneringstraject af te wachten. Een eventuele vrees voor uitblijvende betaling van de gebruiksvergoeding tijdens dit traject kan (en zal) worden ondervangen door bepaling door de rechtbank dat de voorziening die inhoudt dat verweerster wordt verboden om tot ontruiming over te gaan, slechts geldt onder de voorwaarde dat verzoekster de lopende verplichtingen van de huur voldoet.
5. Nu de rechtbank voldoende aannemelijk acht dat verzoekster de intentie heeft om daadwerkelijk tot een fatsoenlijke schuldhulpverlening te komen, daarvoor onder meer een stabiele (woon-) situatie van verzoekster nodig is en onvoldoende is gebleken van zodanig zwaarwegende belangen van verweerster bij een woningontruiming die maken dat voorbij moet worden gegaan aan het belang van verzoekster, zal het verzoek worden toegewezen.
6. De schuldhulpverlener heeft ter terechtzitting meegedeeld dat het minnelijk traject binnen vier maanden kan worden voltooid, zodat de rechtbank zal bepalen dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van vier maanden vanaf heden.
7. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP-verzoek) kan nog niet worden afgedaan nu het minnelijk traject klaarblijkelijk nog niet is afgerond en het ontbreekt aan een duidelijke met redenen omklede verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden verzoekster beschikt.
8. De behandeling van het WSNP-verzoek (al dan niet vergezeld van een verzoek tot het opleggen van een dwangregeling als bedoeld in artikel 287a Fw.) zal plaatsvinden op een hierna te bepalen datum en tijdstip.

BESLISSING

De rechtbank:
ten aanzien van het verzoek tot het geven van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet:
- verbiedt Bazuin & Partners Gerechtsdeurwaarders
(namens Stichting Rijswijk Wonen
)over te gaan tot ontruiming van de woning op het adres van verzoeker;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat verzoekster blijft voortgaan de lopende verplichtingen van de huur te voldoen;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt totdat de uitspraak op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken, doch dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van
viermaanden vanaf heden;
- bepaalt dat uiterlijk een week voor de hierna te vermelde zittingsdatum verslag zal worden uitgebracht als bedoeld in artikel 287b lid 6 van de Faillissementswet;
ten aanzien van verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling:
- bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal plaatsvinden
op 22 maart 2018 om 09.30 uur;
- bepaalt dat verzoekster
uiterlijk twee weken vóór genoemde terechtzittingaan de rechtbank de thans nog ontbrekende stukken dient toe te sturen, waaronder:
 stukken waaruit blijkt dat verzoekster gesolliciteerd heeft, om zo snel mogelijk fulltime (minimaal 36 uur per week) werk te vinden;
 een met redenen omklede verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden verzoekster beschikt.
Gewezen door mr. R. Cats lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2017 in tegenwoordigheid van L.S. Schellevis LL.B., griffier.