ECLI:NL:RBDHA:2017:13525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning kinderpardon wegens onvoldoende vertrekbereidheid
Eisers, een Somalisch moeder en haar in Nederland geboren zoon, vroegen een verblijfsvergunning op grond van de Regeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen. Verweerder wees de aanvraag af vanwege onvoldoende medewerking aan vertrek en het ontbreken van beschermingswaardige omstandigheden onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de Regeling begunstigend beleid is met ruime beoordelingsvrijheid voor verweerder, waardoor terughoudendheid geldt bij toetsing. Eisers konden niet worden ontslagen van de vertrekplicht, ondanks hun vrees voor terugkeer, omdat eerdere asielaanvragen terecht waren afgewezen. De rechtbank stelde vast dat eisers niet voldoende hadden meegewerkt, onder meer door het niet verschijnen bij vertrekgesprekken en het niet meewerken aan vertrekregelingen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het feit dat de zoon in Nederland is geboren en geworteld is, geen bijzondere omstandigheid vormt die uitzetting op grond van artikel 8 EVRM Pro verhindert. Ook waren er geen objectieve belemmeringen voor terugkeer naar Somalië. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning kinderpardon wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medewerking aan vertrek en het ontbreken van bijzondere omstandigheden onder artikel 8 EVRM.