ECLI:NL:RBDHA:2017:13390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen ongeldigverklaring rijbewijs niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren vanaf 27 december 2016. Het bezwaarschrift werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Verweerster heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft beoordeeld of de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Eiser voerde aan dat zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en de noodzaak om een machtiging te verstrekken aan een derde persoon de vertraging veroorzaakten. De rechtbank oordeelde dat eiser tijdig maatregelen had kunnen treffen, bijvoorbeeld door pro forma bezwaar in te dienen en later met hulp van een gemachtigde of vertaler de gronden aan te vullen.
Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.