Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2017 in de zaak tussen
[B.V. X], te [plaats], eiseres
college van Burgemeester en Wethouders van Westland, verweerder
[bedrijf Y], te [plaats]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft verweerder verzocht handhavend op te treden tegen de opslag van terrasmeubilair door een derde partij op een openbare plaats nabij een winkelpand. Verweerder wees dit verzoek af omdat het gebruik geen schade, gevaar of belemmering voor het beheer van de openbare plaats oplevert.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de opslag een rommelige uitstraling geeft, het uitzicht op de gevel beperkt, brandbare materialen tegen de gevel staan en het schilderwerk beschadigd wordt. Tevens zou de opslag in strijd zijn met gemeentelijke regels over terrasuitstallingen.
De rechtbank oordeelt dat het een tijdelijke opslag betreft tijdens marktdagen en geen overtreding vormt van de publieke functie van de openbare plaats. Schade aan het pand is een privaatrechtelijke kwestie. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor bestuursdwang.
De uitspraak is gedaan door rechter Klein Tank en griffier Egter van Wissekerke op 16 november 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen bestuursdwang toe te passen tegen de opslag van terrasmeubilair is ongegrond verklaard.