Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
[minderjarige kind], geboren op [geboortedatum 1]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een alleenstaande vrouw uit El Salvador, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen en ontvoering van haar partner door de criminele bende Mara Salvatrucha (MS-13). Zij vreesde voor haar leven bij terugkeer omdat de autoriteiten haar niet konden beschermen vanwege corruptie.
De minister van Veiligheid en Justitie wees haar aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van haar verklaringen over de relatie met haar partner, de bedreigingen en de ontvoering. De rechtbank bevestigde deze beoordeling, onder meer vanwege het ontbreken van bewijs voor de relatie, onverklaarde inconsistenties in haar verhaal en het feit dat haar partner niet als vader op de geboorteakte van het kind stond geregistreerd.
Eiseres voerde aan dat zij als alleenstaande vrouw gevaar loopt en dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie in El Salvador zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank verwierp dit omdat er geen sprake is van een aanhoudende en samenhangende militaire strijd door een georganiseerde gewapende groep tegen de autoriteiten in El Salvador.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie.