ECLI:NL:RVS:2008:BC7148
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek naar relevante omstandigheden
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris op 25 april 2007 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict in Nepal, mede vanwege de vredesakkoorden van november 2006. Hierdoor valt appellant niet onder de bescherming van artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG.
Belangrijk is dat appellant in zijn zienswijze voorafgaand aan het besluit heeft aangegeven dat zijn broer een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen en dat de problemen die zijn broer ondervond van de maoïsten ten grondslag liggen aan zijn eigen asielmotieven. De staatssecretaris heeft dit echter niet betrokken bij de beoordeling, wat strijdig is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State vernietigt daarom het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen met inachtneming van de uitspraak.