ECLI:NL:RBDHA:2017:13019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen onvoorwaardelijk strafontslag wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Eiser, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker bij de Penitentiaire Inrichting, werd door verweerder gestraft met onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op een onderzoeksrapport van het Bureau Integriteit met verklaringen van gedetineerden en whatsapp-communicatie.
De Adviescommissie bezwaarschriften adviseerde het bezwaar van eiser gegrond te verklaren vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de beschuldigingen. Verweerder bleef echter bij zijn standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van gedetineerden en het whatsapp-gesprek onvoldoende betrouwbaar en feitelijk onderbouwd zijn. Er is geen overtuiging verkregen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Het besluit tot ontslag ontbeert daarom een voldoende feitelijke grondslag en wordt vernietigd.
De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser vergoedt. De uitspraak kan binnen zes weken worden bestreden bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot onvoorwaardelijk ontslag van eiser wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.