ECLI:NL:RBDHA:2017:13017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en fictief claimakkoord met Italië
Eiser diende op 3 oktober 2017 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen vanwege een Dublinverordeningprocedure. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder asielaanvragen in Italië en Duitsland had ingediend. De staatssecretaris verzocht Italië om terugname, waarop geen reactie kwam, waardoor een fictief claimakkoord ontstond.
De rechtbank overwoog dat het uitbrengen van een voornemen tot overdracht aan Italië voorafgaand aan een claimakkoord niet verboden is. Eiser stelde dat hij niet door een registertolk was gehoord, maar de rechtbank vond dat de staatssecretaris dit voldoende had gemotiveerd en dat er geen miscommunicatie was.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Italië niet mogelijk was vanwege systeemfouten in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem die zouden leiden tot onmenselijke of vernederende behandelingen. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak die stelde dat de situatie in Italië niet vergelijkbaar is met die in Griekenland en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de situatie in Italië zodanig is verslechterd dat overdracht niet mogelijk is. Ook zag de rechtbank geen reden voor de staatssecretaris om het asielverzoek aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-behandeling van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.