Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag tot asiel af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de verklaringen van eiser over zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig waren.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende concreet en persoonlijk heeft toegelicht waarom hij afstand heeft genomen van de islam en hoe zijn bekering tot het christendom tot stand is gekomen. Zijn verklaringen over het proces van bekering, zijn interesse in het christendom en de gevolgen daarvan waren vaag en algemeen. Ook de beschrijving van zijn contact met een huiskerk en de leden daarvan werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
Eiser bracht aanvullende verklaringen in, waaronder een verklaring van een kerk, maar deze konden niet afdoen aan het oordeel dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk is bekeerd. Ook het beroep op een recente wijziging in de vreemdelingencirculaire, waarin afvalligen uit Iran als risicogroep zijn aangemerkt, leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering wordt ongegrond verklaard.