ECLI:NL:RBDHA:2017:12825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor familieleven wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eiser, een Turkse vreemdeling met medische aandoeningen, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan op grond van familieleven, beroepend op het EEG-Turkije Associatieverdrag en artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af vanwege niet voldoen aan de voorwaarden, waaronder het mvv-vereiste, en legde een inreisverbod op.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet heeft vastgesteld dat eiser ten laste komt van een Turkse werknemer als bedoeld in Besluit 1/80. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat hij vanwege zijn medische situatie vrijstelling van het mvv-vereiste verdient, mede gelet op een medisch advies waaruit blijkt dat noodzakelijke zorg in Turkije beschikbaar is.
Verder concludeerde de rechtbank dat de emotionele en materiële banden tussen eiser en zijn kinderen niet 'more than normal emotional ties' zijn zoals vereist voor bescherming onder artikel 8 EVRM Pro. Ook de langdurige verblijfsduur in Nederland tijdens onrechtmatig verblijf weegt niet zwaar genoeg. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod is ongegrond verklaard.