Uitspraak
wonende te [adres, postcode en woonplaats],
1.Verloop van de procedure
's-Gravenhage, is benoemd tot bewindvoerder.
- de bewindvoerder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, die was vrijgesteld van de sollicitatieplicht onder de voorwaarde dat hij zich zou laten behandelen voor zijn psychische klachten. Schuldenaar heeft in de periode van 1 april tot 15 oktober 2016 niet gesolliciteerd en daarmee zijn sollicitatieplicht niet nagekomen. De rechter-commissaris verzocht daarom om beëindiging van de regeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de niet-naleving van de sollicitatieplicht, schuldenaar geen verwijt kan worden gemaakt. Uit het psychodiagnostisch onderzoek en de overgelegde correspondentie bleek dat schuldenaar pogingen had ondernomen om een behandeling te starten bij een gespecialiseerd centrum, maar dat wachtlijsten de behandeling vertraagden. Schuldenaar had zijn informatieplicht jegens de bewindvoerder niet volledig nageleefd, maar dit was ter zitting hersteld.
De rechtbank benadrukte dat het aan de rechter-commissaris is om te beslissen over de vrijstelling van de sollicitatieplicht. De regeling wordt niet beëindigd, maar schuldenaar wordt gewaarschuwd dat bij toekomstige toerekenbare tekortkomingen het risico bestaat op beëindiging zonder schone lei. Het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat schuldenaar geen verwijt treft voor het niet naleven van de sollicitatieplicht.