Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2017
in de zaak tussen
[eiser] ,
thans de minister van Veiligheid en Justitie,
Rechtbank Den Haag
Eiser had eerder een asielaanvraag in Nederland ingediend die werd afgewezen vanwege de Dublinverordening, omdat hij al een asielprocedure in Italië had doorlopen. Na overdracht aan Italië diende hij een opvolgende aanvraag in, stellende dat hij in Italië geen kans had gekregen om asiel aan te vragen. De rechtbank oordeelde dat de overdracht en de omstandigheden in Italië geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden die een nieuwe beoordeling rechtvaardigen.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij in Italië daadwerkelijk een asielaanvraag had gedaan of geweigerd was, noch dat hij zich tot Italiaanse autoriteiten had gewend. Documenten over maatregelen van 23 februari 2017 waren niet overgelegd, terwijl deze cruciaal waren voor de beoordeling. Ook het beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Bosch faalde omdat de feiten anders lagen.
De rechtbank concludeerde dat het inreisverbod in Italië niet verhinderde dat eiser werd overgedragen en dat het ontbreken van opschortende werking bij beroep tegen het inreisverbod onvoldoende was om het besluit te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.