ECLI:NL:RBDHA:2017:12390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan mvv-vereiste bij familieleven minderjarig kind
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vader, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn minderjarige zoon in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste kon worden toegekend. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij feitelijke invulling gaf aan het familieleven met zijn zoon, mede omdat afspraken in het ouderschapsplan niet werden nageleefd en verklaringen van derden niet objectief verifieerbaar waren.
De belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro werd door verweerder zorgvuldig gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met de binding van het kind met Nederland en het restrictieve toelatingsbeleid. De rechtbank vond dat de belangenafweging niet onredelijk was en dat geen sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro. Ook het beroep op jurisprudentie van het EHRM en het Hof van Justitie EU werd verworpen, evenals het verweer dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.