ECLI:NL:RVS:2014:2136
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 7 oktober 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de voorzieningenrechter het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste of de staatssecretaris bij zijn besluit de belangenafweging conform artikel 8 EVRM Pro correct had gemaakt, waarbij een fair balance moet worden gevonden tussen het belang van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer naar Brazilië onaanvaardbaar was en dat de medische situatie van haar oudste zoon niet was onderbouwd.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich niet onredelijk had opgesteld en dat het mvv-vereiste terecht van toepassing was. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.