ECLI:NL:RBDHA:2017:12271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van Breda
- Tj. Gerbranda
- R. Ortlep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onontvankelijkheid beroep tegen inreisverbod in verblijfsvergunningprocedure
Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden. Verweerder wees deze aanvraag af en legde een inreisverbod van vijf jaar op. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten. Verweerder zond het bezwaar tegen het inreisverbod door als beroep bij de rechtbank, hetgeen de rechtbank onterecht achtte omdat tegen het inreisverbod dezelfde rechtsmiddelen openstaan als tegen het verblijfsvergunningbesluit.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar tegen het inreisverbod daarom teruggezonden moet worden aan verweerder voor behandeling als bezwaar, conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verweerder had het verzoek om toepassing van artikel 7:1a Awb afgewezen omdat de zaak daarvoor niet geschikt was.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar wordt teruggezonden aan verweerder voor behandeling.