ECLI:NL:RBDHA:2017:11785
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en objectafbakening van twee woningen als afzonderlijke onroerende zaken
Eiseres en haar echtgenoot zijn gezamenlijk eigenaar van twee woningen, woning I en woning II, gelegen aan verschillende adressen. Woning I wordt bewoond door hen zelf, terwijl woning II wordt verhuurd aan een derde. Verweerder heeft de woningen afzonderlijk gewaardeerd voor de Wet WOZ, waarbij woning I is gewaardeerd op €125.000 en woning II op €114.000.
Eiseres betwist de waardering van woning II en stelt dat beide woningen als één onroerende zaak moeten worden gewaardeerd, verwijzend naar een taxatierapport dat een gezamenlijke marktwaarde van €170.000 aangeeft. De rechtbank oordeelt echter dat de woningen feitelijk twee afzonderlijke wooneenheden zijn met eigen voorzieningen en afsluitbaarheid, waardoor zij terecht als aparte objecten zijn gewaardeerd volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ.
Daarnaast heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de waarde van woning II niet te hoog is vastgesteld, onderbouwd met een taxatieverslag en vergelijkingsobjecten. De rechtbank wijst het bezwaar van eiseres af en bevestigt dat de beschikking ten name van eiseres terecht is gesteld. Ook is geen schending van de hoorplicht vastgesteld omdat eiseres geen verzoek tot hoorzitting heeft ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afzonderlijke waardering van de woningen en de vastgestelde WOZ-waarde.