ECLI:NL:RBDHA:2017:11784
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en objectafbakening van twee woningen in Den Haag
Eiser en zijn echtgenote zijn eigenaar van twee woningen in Den Haag, waarvan woning I wordt bewoond en woning II wordt verhuurd. De gemeente heeft de woningen afzonderlijk gewaardeerd voor de Wet WOZ, wat eiser betwist en pleit voor gezamenlijke waardering op basis van een taxatierapport.
De rechtbank oordeelt dat de woningen terecht als afzonderlijke objecten zijn aangemerkt, omdat zij feitelijk gescheiden wooneenheden zijn met eigen voorzieningen en afsluitbaarheid. Het feit dat ze niet kadastraal gesplitst zijn, doet hieraan niet af.
Verder is de WOZ-waarde van woning I vastgesteld op €125.000, wat door de rechtbank als aannemelijk en niet te hoog wordt beoordeeld op grond van een taxatieverslag en vergelijkingsobjecten.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure, omdat hij geen verzoek tot hoorzitting heeft ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag wordt ongegrond verklaard.