Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk (voorheen mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te Den Haag),
1.De procedure
- de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 15 oktober 2015 waarbij verlof is verleend te dagvaarden volgens de regeling voor de versnelde bodemprocedure in octrooizaken,
- de dagvaarding van 19 oktober 2015,
- de akte houdende overlegging producties van 6 april 2016 met producties EP1 t/m 14,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van 15 juni 2016 met producties GP1 t/m 19,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 10 augustus 2016, met producties EP15 t/m 17,
- de akte houdende wijziging van de grondslag van eis van 7 september 2016 van Philips,
- de akte houdende overlegging producties van 21 september 2016 van Wiko, met producties GP20 t/m 23,
- de e-mail van mr. Van den Broek van 6 november 2016 waarin hij de door partijen gemaakte afspraak over de proceskosten als volgt weergeeft: “
,
- de akte houdende overlegging producties met roldatum 17 november 2016 van Philips, met producties EP18 en 19,
- de akte houdende overlegging reactieve producties met roldatum 17 november 2016 van Philips, met producties EP20 en 21.
As long as…UE” en nr. 62. Naar aanleiding van het door Philips in nrs. 80-82 gemaakte bezwaar tegen de toelaatbaarheid van het beroep namens Wiko door dhr. Van Looijengoed in zijn rapportage op de (hierna nog nader aan te duiden) EVDO-standaard als uitgangspunt voor wat betreft de niet-inventiviteit van het hulpverzoek van Philips, heeft de rechtbank beslist dat inventiviteitsargument toe te staan.
2.De feiten
25.1.11 Terms
Access Network (AN).The network equipment providing data connectivity between a
Access Terminal (AT).A device providing data connectivity to a user. An access terminal
3.Het geschil
in conventie in de hoofdzaak en in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening
EP 525 vallen, iii) een bevel tot het doen van opgave van de afnemers van Wiko-producten
EP 525, althans de ingeroepen conclusies daarvan, vernietigt, met veroordeling van Philips in de proceskosten begroot op de voet van artikel 1019h Rv.
4.De overwegingen
geldigheid(in totaal € 225.000,-) bij helfte over de procedure in de hoofdzaak in conventie en de procedure in reconventie verdelen, derhalve € 112.500,- per procedure. Aan het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, zal de rechtbank, nu dat nauwelijks meer behelst dan de hoofdzaak in conventie, geen kosten toerekenen.