ECLI:NL:RBDHA:2017:11712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en geen uitzonderlijke situatie in Baghlan
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege dreiging van eerwraak na een vermeende geheime ontmoeting met zijn nicht tijdens een huwelijksfeest. Verweerder wees de aanvraag af omdat Hongarije verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening, maar na het verstrijken van de overdrachtsdatum werd eiser toegelaten tot de nationale procedure.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas en oordeelde dat de gestelde geheime ontmoeting en de daaruit voortvloeiende dreigingen ongeloofwaardig waren. Dit oordeel baseerde zij op tegenstrijdigheden in verklaringen, de onwaarschijnlijke initiatiefnemer van de ontmoeting gezien de positie van vrouwen in Afghanistan, en het ongerijmde gedrag van betrokkenen. Tevens was de poging tot ontvoering door een commandant volgens de rechtbank niet geloofwaardig.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie in de provincie Baghlan die een verhoogd risico op ernstige schade zou opleveren. Dit oordeel werd onderbouwd met jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, evenals recente rapporten van de Verenigde Naties en Amnesty International.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie.