Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2017 op het verzet van
[oppossant], opposanten
en uitspraak in de beroepszaak tussen
de Minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Rechtbank Den Haag
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat binnen de gestelde termijn geen gronden van beroep waren ingediend.
Opposanten stelden dat zij de gronden wel tijdig hadden ingediend op 3 juli 2017, maar dat sprake was van een technische storing. De rechtbank liet een technisch onderzoek uitvoeren dat uitwees dat er geen storing was en dat geen stukken waren geüpload in het dossier. Wel was er activiteit met de advocatenpas, maar niet in de betreffende zaak.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere buiten-zittinguitspraak ten onrechte zonder zitting was gedaan en verklaarde het verzet gegrond. Vervolgens deed de rechtbank alsnog inhoudelijk uitspraak op het beroep en concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat geen gronden zijn ingediend binnen de termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.