ECLI:NL:RBDHA:2017:11620
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bijzondere bijstand bij niet-rechthebbende partner en toepassing Participatiewet
Eiser, gehuwd met een partner zonder geldige verblijfstitel, ontvangt bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder. Door de invoering van de Participatiewet verviel deze norm en werd de ALO-kop geïntroduceerd, maar eiser komt hier niet voor in aanmerking vanwege het fiscale partnerschap met zijn echtgenote. Verweerder verleende een tijdelijke compensatie in de vorm van bijzondere bijstand, maar verklaarde het bezwaar van eiser tegen de beperkte duur hiervan ongegrond.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de individuele situatie van eiser en zijn minderjarige kinderen, terwijl de wetgever expliciet ruimte biedt om in individuele gevallen de bijstand aan te passen. Het standpunt van verweerder dat eiser zich tot de Belastingdienst moet wenden, wordt niet gevolgd.
De rechtbank beveelt verweerder aan het gebrek in het besluit te herstellen door binnen acht weken alsnog een onderzoek te verrichten en zo nodig de bijstand aan te passen of bijzondere bijstand te verlenen. Tegen deze tussenuitspraak is geen rechtsmiddel open, en de procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het college om het gebrek in het besluit te herstellen door nader onderzoek naar de individuele situatie van eiser en zijn gezin.